Werkwijze

Voordat de gerechtelijke fase een aanvang zal nemen moet altijd eerst de minnelijke fase doorlopen zijn. Dit is het traject van het sturen van minimaal twee sommatiebrieven, het leggen van telefonisch contact met de debiteur, enzovoort. Er mag dus niet rauwelijks gedagvaard worden.

De gerechtelijke fase zal pas begonnen mogen worden als duidelijk is geworden dat de vordering niet geïncasseerd kan worden door een minnelijk traject.

Belangrijke redenen om de gerechtelijke fase in te moeten gaan kan zijn:

  • Debiteur is onmachtige de vordering te voldoen.
  • Debiteur betwist de vordering.

Bij het ingaan van de gerechtelijke fase is het van belang te weten bij welke gerechtelijke instantie de zaak aangelegd gaat worden: Dit kan bij de Rechtbank en bij de Rechtbank sectie Kanton.

Voor een vordering welke bij de Rechtbank aangebracht zal worden is alleen een advocaat bevoegd. Dit geldt niet voor zaken welke aangebracht worden bij de Kantonrechter. Dat kan ook een (proces)gemachtigde doen.

In dit bestek is de Rechtbank sector Kanton (ofwel Kantonrechter) van belang.

De Kantonrechter:

Volgens artikel 93 van het Wetboek van Burgerlijke Rechts-vordering is, kort gezegd, de Kantonrechter bevoegd om de volgende zaken te behandelen en te beslissen:

  • Zaken met een vordering van ten hoogste € 25.000,00
  • Zaken van onbepaalde waarde als er duidelijke aanwijzingen zijn dat de vordering geen hogere waarde vertegenwoordigt dan € 25.000,00.
  • Zaken betreffende arbeidsovereenkomsten, agentuur- en huurovereenkomsten, ongeacht de waarde van de vordering.
  • Andere zaken als de wet dit bepaalt.

Een vordering op de rolzitting aanbrengen gebeurt door het uitbrengen van een dagvaarding door een deurwaarder. Is de vordering niet betwist dan zal vrij spoedig een veroordelend vonnis, inclusief een executoriale titel, volgen. (Tenzij voor de Kantonrechter duidelijk is dat de vordering niet onmiddel-lijk toewijsbaar is)

Anders wordt het als een vordering door de debiteur wordt betwist. Het wordt dan een vordering op verweer. In zijn algemeenheid geldt dat door de betwisting de vordering zijn eenvoudigheid verliest. Deze betwisting kan plaatsvinden tijdens de minnelijke fase, of tijdens de rolzitting.

Is de betwisting bij de crediteur al bekend in de minnelijke fase dan zal hier tijdens het opstellen van de dagvaarding rekening mee gehouden moeten worden. In deze gevallen is de conclusie van eis uitgebreider en moet ook de conclusie van antwoord (voor zover bekend) van de debiteur in de dagvaarding worden opgenomen. Er dient voldaan worden aan de zgn. substantiëringsplicht zoals omschreven in artikel 111 lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Ons advies is altijd:

Heeft uw debiteur reeds in de minnelijke fase de vordering betwist, weerleg die betwisting schriftelijk op goede juridische gronden.

Wordt de vordering pas voor het eerst betwist na het uitbrengen van de dagvaarding, dan volgt er allereerst een conclusie van antwoord aan de zijde van de debiteur.

Vorderingen die betwist worden kennen dus een aantal schriftelijke fasen welke er als volgt uit kunnen zien:

Eiser

Gedaagde

Dagvaarding (inclusief conclusie van eis)
Conclusie van Antwoord
Conclusie van Repliek
Conclusie van Dupliek
Comparitiezitting Comparitiezitting
Vonnis Vonnis

Afwijkingen zijn mogelijk. Is voor het uitbrengen van de dagvaarding het verweer van de debiteur bekend dan zal dit opgenomen moeten worden in de dagvaarding. In een dergelijk fase 1 en 2 in elkaar.

Het opstellen van een dagvaarding op verweer, het schrijven van een conclusie van repliek en het bijwonen van een com-paritie zijn arbeidsintensieve werkzaamheden die voldoende juridische kennis vereisen.

Op het moment dat een vordering van de minnelijke fase naar de gerechtelijke fase gaat is dit tevens de fase waarin, over het algemeen, de kosten op gaan lopen.

Wat kunnen wij voor u doen

  • Het beoordelen van de juridische haalbaarheid van invorderingen op verweer? (Is het opportuun om de gerechtelijke fase in te gaan)
  • Het weerleggen van het verweer van uw debiteur voordat de dagvaarding is uitgereikt.
  • Het opstellen van de dagvaardingen op verweer. (dagvaardingen waarin de conclusie van antwoord en de conclusie van repliek in opgenomen dienen te worden)
  • Het opstellen van de schriftelijke conclusies die nodig zijn om een veroordelend vonnis te verkrijgen.
  • Het bijwonen van de (comparitie) zittingen.